Centraal Aziatische Ovcharka

Klik hier om de ondertitel te bewerken

Jullie moeten begrijpen dat je er zelf hellemaal voor gaat om te winnen, maar de hond moet ook weten wat hij moet doen. Dat moet je zelf thuis oefenen of als de hond niet van je zelf is dat de eigenaar dit doet. Ik zelf vind dat je contact moet hebben met de hond voor dat je de ring in gaat. Dat moment ben ik alleen bezig met de hond en niet met de mensen. Het liefst praat ik dat moment niet met de mensen om mij heen en probeer me zoveel mogelijk te concentreren. De hond moet het ook leuk vinden anders kan hij of zij in de ring bedrukt zijn of zelfs bang, dat is geen mooi gezicht en niet bevorderlijk voor de show. De mensen die dit willen gaan doen geef ik het advies om naar een ringtraining te gaan, daar leer je veel van. Tot slot, je moet de goede punten en de slechte punten van de hond weten en ga eens bij andere rassen kijken ik heb daar veel van geleerd. En mensen, het is nog steeds een hond en geen machine. Ik hoop dat jullie veel lees plezier hebben.


Groeten Fred van Hartskamp



De kunst van het voorbrengen


Een vaak gehoorde verzuchting, vooral van beginnende exposanten, is dat het toch altijd dezelfden zijn die met de prijzen gaan strijken. Ja, dat is vaak ook zo. Alleen om een andere reden dan ze denken. Niet vanwege vriendjespolitiek of het "bekend"zijn, maar wel vanwege het feit, dat de bekende, ervaren fokker of handling met goede honden komt en zich gesteund weet door een enorme ervaring in het optimaal presenteren van zijn honden.Het is nu eenmaal zo, dat het hebben van een mooie hond, niet genoeg is om ook altijd achter dat bordje 1 te eindigen. Wanneer een beginnend exposant en een "ouwe rot "in het vak beiden een hond van dezelfde kwaliteit voorbrengen, dan zou de laatste altijd winnen omdat deze hond alle extra s mee zou krijgen van zijn eigenaar, die de andere zou missen.



De toegevoegde waarde


Wat zij die extras dan wel, die maken dat die hond eruit springt en de andere niet? De hond moet - net als een atleet - op het goede moment in topconditie zijn. Topconditie is vaak een ongrijpbaar iets, het is net even die extra toegevoegde waarde aan de hond, waardoor hij en niet zijn soortgenoten in de ring de aandacht vraagt en opvalt. Het is een samenspel van optimale lichamelijke conditie (een glanzende, schone vacht, levenslust, een heldere, alerte blik, die ongrijpbare "uitstraling ") en een optimale geestelijke conditie; de hond heeft plezier in het leven en is te vergelijken met een topsporter, die zich helemaal geeft. Heeft de hond een trimvacht dan speelt het trimwerk natuurlijk een hele grote rol. Dit leert u niet in een half jaar, trimmen is als een kunst als beeldhouwen. Natuurlijk maakt u met conditie, trimmen en goed voorbrengen van een lelijke hond geen mooie, maar u maakt wel van een redelijke hond een goede en van een goede hond een uitblinker. Het voorbrengen van de hond is een vak apart, dat veel geduld en oefening vraagt. Daarom vallen zoveel beginners na verloop van de tijd af. Wanneer je meteen in de beginperiode succes hebt, komt er een tijd dat het niet zo gemakkelijk gaat en dan gaat het geduld en moeite kosten. Wees daarom nooit jaloers op mensen met de snelle successen, ze vallen heus terug en hebben dan (nog) niet geleerd - zoals u - iets moeizaam en met veel liefde op te bouwen. Uw weg is langzamer maar veel zekerder! De conditie van de hond is te beïnvloeden door een goede voeding. Soms zijn fokkers jaren aan het zoeken naar de voor hun honden beste voeding. Iedere fokker heeft zo zijn eigen succesformule.Verder veel licht, lucht en liefde en vooral veel vrije beweging. Als u een hond heeft met een trimvacht, en het trimmen van de hond bent u niet machtig, ga dan eens een praatje maken met de fokker die zijn honden in uw ogen altijd perfect getrimd voorbrengt. Vraag hem eens om advies, u zult merken dat de meeste fokkers best bereid zijn een enthousiaste beginneling te helpen.



 

Welke fouten kunnen we verdonkeremanen?


Ik kan u een paar tips geven hoe u de meest voorkomende fouten bij de hond bij het voorbrengen kunt proberen te verdonkeremanen en willen alle keurmeesters dan nu ophouden met lezen? U begint met eerlijk tegenover uzelf en tegenover de hond te zijn en gaat uw hond liefdevol doch uiterst kritisch bekijken. Dat kan: liefde is niet altijd blind, maar ziet en accepteert. U  kijkt alsof u een keurmeester bent en u maakt in gedachten een lijstje van de fouten die u aan uw hond ziet. Niet vergoelijken! We zetten eerst de hond in stand. Welke fouten zien we dan? We laten de rastypische kenmerken hier buiten beschouwing en beperken ons tot de anatomische tekorten.


Keelhuid:


Keelhuid is heel eenvoudig weg te werken. U pakt eenvoudig alle huid die "over "is in uw hand waarmee u het hoofd vasthoudt en trekt dit naar u toe. De hond krijgt een keurige droge hals en u heeft een handvol! Vergeet niet als de keurmeester klaar is met kijken en u het vel loslaat even met uw hand langs de hals van de hond te strijken, zodat alles weer glad op zijn plaats valt. Als u een hond heeft met een hoofd dat wat meer vel heeft dan mooi is, moet u ervoor zorgen dat hij niet gaat zitten of staan met zijn hoofd naar beneden.


Onvoldoende hoeking voor:


Zet het voorbeen aan de kant van de keurmeester correct neer, recht onder de hond. Zet het voorbeen aan uw kant iets naar voren. Hierdoor gaat de hond met zijn gewicht op het voorbeen dat aan de kant van de keurmeester staat leunen, waardoor de hoek schouder/opperarmbeen duidelijker wordt en het lijkt alsof de hond beter gehoekt is.


Onvoldoende hoeking achter;


Onvoldoende hoeking achter
U doet in feite hetzelfde met het achterbeen. Het been aan de kant van de keurmeester plaatst u onder het lichaam, het achterbeen aan uw kant naar achteren. De hond brengt het gewicht op het been dat onder zijn lichaam staat en het lijkt sterker gehoekt, doordat het spronggewicht wat buigt.


Overbouwde rug;

Een overbouwde rugbelijning kunt u vlak of aflopend laten lijken en wel op twee manieren: zet de achterbeen eerst zo wijd mogelijk uit elkaar en plaats ze vervolgens ver naar achteren {zonder dat de hoeking in het sprong- en kniegewricht verloren gaat}; Zoek naarstig naar een plekje in de ring, waar de grond helt. Zet de voorbenen op het hoogste gedeelte en de achterbenen op het laagste, de hond staat dus "heuvelopwaarts ". Vooral als de ring buiten is in het gras, is het belangrijk hier op te letten, ook als uw hond een goede rugbelijning heeft. Ik heb al heel wat honden de mist in zien gaan omdat de eigenaar niet op lette of er oneffenheden in het terrein waren en de hond volkomen overbouwd leek.


 Doorgezakte rug


Een doorgezakte rug kan soms worden verbeterd {of liever gezegd verborgen} door met uw hand onder tegen de maag van de hond te drukken. Hij zal zijn buik dan wat optrekken. Een drastische methode, die mij wat te drastisch is, is een kneepje geven in de spieren die ter hoogte van de maag zitten. Een goede rug gaat dan zelfs karperen. Een tweede methode is hem een snoepje voor te houden en te zorgen dat hij er niet bij kan. Hij gaat dan in zijn lijn "hangen " en de ruglijn wordt strak.

Geen mooi gewelfde nekbelijning:


Als hij toch in zijn lijn hangt in verband met zijn rug heeft u twee vliegen in een klap geslagen.
Dit is nl. ook de methode om zijn neklijn te verbeteren. U houdt het snoepje nu alleen iets lager, waardoor hij zijn hals voorwaarts strekt en neerwaarts brengt en een 'gewoon nekkie' wordt opeens een sierlijke, sterk gebogen nek.


Te kort of te lang in de rug :


U kunt een te lange hond korter doen lijken {behalve door de wijze van trimmen} door de hond 'in elkaar te drukken 'bij het neerzetten.
Zet de benen zo recht mogelijk onder het lichaam. Een te korte rug laat u langer lijken door de benen verder naar achteren te plaatsen.
Effectiever is echter door op te letten onder welke hoek u de hond aan de keurmeester presenteert. Een te lange hond zet u zo neer, dat de keurmeester hem schuin van opzij ziet, met het hoofd naar de keurmeester toe.


Zwakke hakken en koehakkigheid:


Zwakke hakken lijken nog zwakker wanneer de achterbenen te ver naar achteren staan of wanneer het gewicht van de hond op de achterbenen rust. U zet de voorhand dieper onder het lichaam dan normaal, waardoor een gedeelte van het gewicht van de achterhand naar de voorhand wordt gebracht. Zet zijn achtervoeten iets naar binnen. Zodat zijn hakken als het ware iets naar buiten wijzen en zet zijn achterbenen niet te ver naar achteren.




Maar nu het gangwerk:



De voorhand:


Fouten in de voorhand kunnen we verdoezelen door in een rechte lijn van de keurmeester af te lopen maar bij het terugkomen een beetje te sjoemelen en een elegante boog te maken. De keurmeester krijgt dan niet de gelegenheid goed en langdurig naar de front te kijken, ziet bovendien de hond niet recht op zich af komen en misschien ziet hij de fouten dan niet.

De achterhand:


Hier geldt hetzelfde foefje maar dan omgekeerd. U loopt in een sierlijke boog van de keurmeester af en komt in rechte lijn terug.
In- en uitdraaien van de hakken is moeilijk te verbergen. Een vrolijke hond kunt u een paar keer bij het weglopen op laten springen.

De zwakke rug:


Een zwakke rug wil nog wel eens verbeteren door het showlijntje hoog in de hals te leggen, dus om de keel en achter de oren, en de hond bij het lopen iets op te trekken. Een slecht front kunt u op deze manier ook trachten te verbergen.

Te weinig stuwing:
Dit is een fout die niet te verbergen valt. Uw hond heeft stuwkracht in de achterhand of hij heeft het niet, en daarmee basta.

Als de keurmeester u doorziet….
U moet rekening houden met het feit, dat de keurmeester uw trucjes doorziet en u vraagt bepaalde dingen te doen of te laten.
Wees dan sportief en erken dat hij u doorhad en loop dan in die rechte lijn die hij van u vraagt.

Denk bij uzelf: pech gehad, volgende keer beter.


Verder wil ik u waarschuwen voor een fout, die veel beginnende exposanten maken. Zij zijn onzeker en weten dat hun hond een bepaalde fout heeft. In hun zenuwen deze fout te corrigeren of te verbergen doen ze eigenlijk niets anders dan de aandacht van de keurmeester op die fout te vestigen. Dus: als 't voorvoetje uitdraait, eenmaal corrigeren en daarna afblijven. Als u doet of u niets ziet, heeft u kans dat de keurmeester er ook overheen kijkt. Hij is tenslotte ook maar een mens. Gaat u zenuwachtig dat voetje recht zetten, en nog eens, tja….. Ik heb eens een keurmeester horen zeggen, dat hij alleen al door het observeren van de exposant de fouten van de hond te zien kreeg! Benadruk daarom heel subtiel en opvallend de goede punten van de hond. Ziet u dat de keurmeester het hoofd aan het bestuderen is, strijk dan even met een vinger heel opvallend over die zo mooie vlakke schedellijn of wrijf met uw duim even in die mooie stop. Het moet bijna terloops gebaar zijn, maar de keurmeester die zich concentreert op het hoofd, neemt het vaak onbewust in zich op.